BeschrijvingDe 12-jarige Patrick werd achtervolgd door de Slechte Man. Harm wist één ding zeker: Magere Hein zou hem om 16.15 uur komen ophalen. Een spook in de grotten onder Maastricht. Een boerderij staat op vervloekte grond. De Rotterdamse Marry moest zich uitkleden voor een zwarte magiër. Een beschermengel redde Nicole. En Jaap en Ria ontmoetten elkaar… niet voor het eerst. Het bleek dat ze al levens lang strijd hadden. In Frankrijk en op de Indiaanse prairie. Zouden ze nu eindelijk dat mystieke gevecht kunnen afsluiten?
Fragment: Geheimzinnige redder in nood
Op een avond kijkt de Brabantse Gré Kamphuis, tijdens een verblijf in Zuid Afrika, naar het plaatselijke TV journaal. Een bericht gaat over een vrachtvliegtuig, dat ergens in een gebergte is neergestort. De autoriteiten weten ongeveer waar het toestel terecht is gekomen, maar vanwege de onherbergzaamheid van het gebied en de volstrekte onmogelijkheid dat er nog overlevenden zijn, wordt eerst de dageraad afgewacht voor men bergingswerkers op pad zal sturen.
Gré kan de ramp de hele avond niet van zich af zetten. ‘s Nachts droomt ze er zelfs over. In die droom is ze bij het wrak van het verongelukte vliegtuig, ‘glijdt’ door het staal van het staartstuk naar binnen en ziet daar een man liggen. Ze kent hem niet. Blijkbaar ziet de man haar ook, want vertwijfeld roept hij uit: ik zit vast. Help me! Stuur mensen! Help me in godsnaam!
Als Gré wakker wordt, blijft de droom haar achtervolgen. Ze móet iets doen, dat is een gevoel dat steeds sterker wordt. Uiteindelijk houdt ze het niet meer, belt de officiële instanties en zegt dat de reddingswerkers haast moeten maken, omdat er – volgens haar – nog een overlevende in het toestel zit. Ze wordt uitgelachen en krijgt te horen: ach, dat kan niet. Daarbij gaat het om een vrachtvliegtuig, dus kan er al zeker niemand in het staartstuk zitten.
Niettemin wordt de bergingsoperatie aangezwengeld, waarna tot ieders stomme verbazing blijkt dat de man die Gré gezien heeft wel degelijk, zwaargewond maar nog in leven, in het verongelukte vliegtuig ligt. Met gezwinde spoed transporteert men hem naar een ziekenhuis, waar hij uiteindelijk herstelt. Nadien zoekt het dankbare slachtoffer Gré nog op. Hij zegt dat hij haar in het uur van zijn nood ook gezien heeft, als een soort van geestverschijning.
Door wat zich heeft afgespeeld waren de beiden, hoe dan ook, geen vreemden meer voor elkaar bij hun ontmoeting in levenden lijve.