In een tijd, waarin een groot deel van de mensheid zich sterk van een natuurlijke levenswijze verwijdert en door hun verkeerde levensinstelling gevaarlijke ziektes op zich zien toekomen, moeten we weer terugkeren naar onze geneeskruiden, die ons de lieve God in zijn goedheid sinds onheugelijke tijden schenkt.
Maria Treben heeft zich als een van de belangrijkste pioniers van de kruidengeneeskunde een plaats in de geschiedenis veroverd. Velen vereerden haar als een heilige. Zij hield zich haar leven lang met geneeskruiden bezig en probeerde haar ervaringen met zoveel mogelijk mensen te delen.
Na al de jaren is de populariteit van Maria Treben en haar werk niet gedaald. Haar boeken zijn door de toegenomen belangstelling voor alternatieve geneeskunde nog steeds actueel.
In haar belangrijkste werk “Gezondheid uit de apotheek van God” worden 31 kruiden en hun genezende krachten, en hun mogelijke toepassingen als thee, tinctuur, pap, bad of sap, beschreven.
Maria Treben was geen natuurgeneeskundige (althans, ze had er geen opleiding voor), maar een huisvrouw met een groot hart voor planten en kruiden. Haar principe luidde: “Men moet toch helpen”.
Dit kwam van haar zo spontaan en uit de grond van haar hart, dat het niet verwonderlijk is, dat ze haar hele leven weidde aan de geneeskrachtige kruiden en de zieken.
Ze deed dit tot aan haar dood in het jaar 1991.
Maria Treben stamde uit het Egerland. Het Egerland (Eghaland, Tsjechisch Chebsko) is een gebied in het westen van Bohemen, genoemd naar de gelijknamige rivier en stad (tegenwoordig Cheb).
Ze was de middelste van drie zussen.
In 1946 werd Maria Treben ziek, ze kreeg Tyfus, toen ze in een vluchtelingenkamp in Bayern was. Een arts terplekke, deelde haar mee, dat ze nog meerdere jaren te leven had, maar uiteindelijk wel aan Tyfus zou overlijden. Een vrouw, die Maria Treben opmerkte en zag hoe ze leed aan de ziekte, hielp haar met geneeskrachtige kruiden, specifieker gezegt met “Zwedenkruiden” of “Zweeds kruidenbitter” en na enige tijd was Maria Treben weer gezond. Dit zal de aanleiding geweest zijn, voor Maria Treben om zich zo intensief met geneeskrachtige kruiden bezig te gaan houden en anderen te helpen.
Wat ook opvallend is, dat ze daarbij opvallend de “lessen” en onderzoeken van Pastoor Kneipp volgde. Haar wetenschap haalde ze daarbij overwegend uit drie bronnen:
- “Aus alten Kräuterbüchern und neuen Erkenntnissen”
- “Aus alten Überlieferungen der Bevölkerung
- “Dem Vertrauen zu den Kräutern und dem Vertrauen zu Gott”
Pastoor Kneip’s principe luide:”voor iedere ziekte groeit een kruidje”.
Maria Treben gaf vaak als raad mee aan mensen die met het gebruiken van kruiden wilde beginnen, dat zij het beste met
Bloedzuiverende kruiden konden beginnen. Bijvoorbeeld; daslook, brandnetel, ereprijs, paardebloem en weegbree.
Ze raadde niemand aan zich van artsen af te keren. In tegendeel. Zonder de diagnose van een arts, zonder een gesprek,
zonder een onderzoek bij een ziekte, zouden we onze gezondheid nodeloos in gevaar brengen, zo was zij van mening.
Maria Treben hoopte ook dat de geneeskunde en farmaceutische industrie e.e.a. op kruidengebied zou gaan onderzoeken
en dat men zo ook achter het “waarom” van de werking van kruiden zou komen. Helaas heeft ze hiervan eigenlijk alleen maar
tegenwerking ondervonden. Maar ze gaf de strijd, die zij een “ongelijke strijd” noemde, niet op.
De reguliere geneeskunst was immers ooit ontstaan vanuit de kruidengeneeskunst.